Groen leven,  Groene kinderen,  Minimalisme,  Opvoeding

“One in one out”: Zo leren mijn kinderen omgaan met spullen

Minimalisme en duurzaamheid bij kinderen

Als moeder die bewust bezig is met het milieu en de wereld, probeer ik mijn kinderen ook verschillende “duurzame” waarden bij te brengen. Zo probeer ik hen te leren dat ze voorzichtig met hun spulletjes moeten omgaan om er zo lang mogelijk mee te kunnen doen, én dat het goed is om minder te hebben en soms iets weg te geven. Dit doen we sinds kort met het “one in one out” principe. Als er iets nieuws het huis in komt, gaat er iets anders het huis uit.

Van onzichtbaar naar “one in one out”

Toen mijn kinderen kleiner waren, ging ik zelf regelmatig door hun speelgoed heen, en nam ik weg waar niet meer mee werd gespeeld. Minder speelgoed is namelijk goed voor je kind. Maar op een gegeven moment heeft je kind ineens in de gaten dat er iets ontbreekt, en dan heb je als ouder wat uit te leggen. We moesten dus iets veranderen. Ik kon niet meer zelf speelgoed wegnemen, maar moest dit doen in goed overleg met mijn peuters. En heel eerlijk? Dat deed ik liever niet… En dus kwam er steeds meer speelgoed in huis…

Mijn kinderen zijn nu 4 en 2,5, en zeker de oudste begint langzamerhand te begrijpen dat papa en mama (oké, vooral mama) het huis niet te vol willen hebben. We hebben niet zo veel spullen nodig om gelukkig te zijn en ons te kunnen vermaken. Daarom hebben we laatst het “one in one out” principe ingevoerd. Iedere keer als er iets nieuws het huis in komt, gaat er iets anders het huis uit. Zo proberen we te voorkomen dat de aderen van ons huis dichtslibben met spullen, en we uiteindelijk niet eens meer weten wat we allemaal hebben. Dat geldt zowel voor de kinderen als voor onszelf. We proberen dus ten eerste zelf het goede voorbeeld te geven door spulletjes die we niet meer gebruiken in een doos te stoppen voor de rommelmarkt of kringloop. En met de kinderen kijken we nu ook regelmatig naar wat ze niet meer gebruiken.

Weggeven versus weggooien

De eerste drie keren was het één groot drama. Al het speelgoed was ineens weer ontzettend leuk, als het maar niet weg hoefde. Spulletjes waar al maanden niet meer naar omgekeken werd, waren plotseling weer helemaal het einde. Toen bedacht ik mij dat het misschien gemakkelijker zou gaan als we zouden vertellen waar het oude speelgoed naartoe zou gaan. We legden aan de kinderen uit dat wij heel veel speelgoed hebben terwijl andere kindjes veel minder hebben. En dat het daarom goed is om spulletjes die ons geen plezier meer geven af te staan aan iemand anders. We noemden het bewust niet “weggooien”, maar “weggeven”.

Dat hielp! Het bleek veel gemakkelijker te zijn om iets weg te geven aan iemand anders, zelfs als ze die ander niet kenden. Het idee dat een ander kindje heel blij zou worden van hun speelgoed, zorgde voor een verandering van hun mindset, en spontaan konden ze meerdere dingen aanwijzen die weg mochten. Dus soms is het nu zelfs “one in three out”, op hun eigen initiatief. Dat ruimt lekker op!

Wat wil je hebben?

Het “one in one out” principe leert mijn kinderen ook een ander principe. Ik wil dat ze zich bewust worden van wat ze nieuw willen in hun leven. Is deze nieuwe pop het waard om iets anders voor af te staan? Is dit nieuwe kleurboek leuk genoeg? Of lijkt het nu geweldig voor één moment, maar laat ik het vervolgens links liggen? Ze leren zo te beslissen of ze iets écht willen hebben.

En trouwens, ik leer hier ook van. Toen mijn dochters nog baby’tjes waren, kocht ik vooral genderneutraal speelgoed voor hen. Langzaam maar zeker begon dat te veranderen. We hebben inmiddels overduidelijk twee meisjes, die graag met poppen(huizen) spelen en roze de mooiste kleur van de wereld vinden. En als ze dan moeten kiezen tussen een prinsesje of stoere autootjes, kun je zelf wel invullen wat er in de doos voor de rommelmarkt mag… Ergens vind ik dat wel jammer. Ik zou het leuk vinden als onze speelgoedcollectie minder stereotiep was. Maar ja, het hoort erbij om de boel steeds meer los te laten en ook de kinderen te laten beslissen. En dan vind ik deze duurzame waarden toch belangrijker dan een paar autootjes.

Haken en ogen

Het is geen waterdicht systeem trouwens, dit “one in one out” principe. Er zitten nog wat haken en ogen aan. Want wat doen we met cadeautjes waar de kinderen helemaal niet om hebben gevraagd? Kinderen vinden het geweldig om iets nieuws te krijgen, zelfs als blijkt dat het iets is dat niet bij hun interesse (of onze waarden…) aansluit. Ik vind het naar de gever toe ondankbaar om het cadeautje te weigeren, en ik gun mijn kinderen die vreugde van een cadeautje ook. Maar ja, ik wil tegelijkertijd ook geen “troep” in mijn huis. En moeten ze dan iets weggeven en er speelgoed voor terugkrijgen waar we uiteindelijk niet blij van worden?

Bovendien botsen door dit systeem twee verschillende duurzame waarden. Aan de ene kant wil ik mijn kinderen leren om niet te gehecht te raken aan spullen en dingen af te staan, waardoor ze minimalistischer in plaats van materialistischer worden. Aan de andere kant wil ik dat ze zorgvuldig kiezen wat ze willen hebben en daar zo lang mogelijk mee doen, en hen op die manier bewust maken van de impact van spullen. Maar hoe kun je minimalistisch afstaan nu goed combineren met duurzaam zuinig zijn? Hoe kan ik van mijn kinderen vragen om iets weg te geven, terwijl ik hen eerder heb gevraagd goed na te denken of ze iets wel écht willen hebben? Ach ja, “that’s life,” zullen we maar zeggen. Het leven is nu eenmaal geen puzzel waarvan de stukjes naadloos in elkaar passen.

Hoe ga jij om met de hoeveelheid speelgoed van je kinderen? Heb jij een goede manier om het binnen de perken te houden?

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge