Veganist en flexanist op één kussen

Toen ik besloot veganist te worden, schrok mijn man hier best wel van. (Heel eerlijk? Het was wel zijn eigen schuld, hahaha. Hij had me namelijk een filmpje laten zien over een slachthuis in Nederland.) Ik legde hem uit waarom ik dit besluit had genomen, keek samen met hem enkele documentaires, en verzekerde hem dat hij zich nergens zorgen om hoefde te maken. Hij hoefde niet met mij “mee te doen” als hij dat niet wilde, we zouden heus wel een oplossing vinden.

Een veganistische thuis-keuken

Dit stelde hem wel wat gerust. Hij vond mijn besluit wel wat extreem, maar ook dapper en interessant. Hij was geïnteresseerd en begon zelf ook meer na te denken over zijn eten. Na een paar dagen nam hij de beslissing in ieder geval thuis met mij mee te eten. We zouden dus geen dierlijke producten meer kopen in de supermarkt en ik zou op zoek gaan naar lekkere vegan recepten. Ik zou over het algemeen koken en ervoor zorgen dat we geen voedingsstoffen tekort zouden komen. Prima! Koken doe ik toch meestal wel, recepten zoeken vind ik alleen maar leuk, en me meer verdiepen in een gezond eetpatroon is ook geen straf.

Zo gezegd, zo gedaan. De dierlijke producten verdwijnen uit ons huis en er komen plantaardige alternatieven voor in de plaats. Mijn man doet over het algemeen de boodschappen, maar ik maak altijd de boodschappenlijstjes. Hij weet dus precies wat hij moet halen. Omdat de overstap van alles-eten naar plantaardig eten in één keer best groot is, kopen we vooral nog producten die niet te vreemd zijn voor ons. Beetje bij beetje veranderen we nu ons eetpatroon, ik iets rigoureuzer dan mijn man, omdat ik het gewoon leuk vind om te experimenteren en allerlei nieuwe dingen uit te proberen.

Veganisme en flexanisme samen

Dit proces is nu bijna 3 maanden aan de gang, en we merken dat onze neuzen niet precies dezelfde kant op wijzen. Ik wil mezelf echt veganist gaan noemen en alle dierlijke producten uit mijn leven bannen, overal en altijd. Mijn man noemt zichzelf liever flexanist: hij eet in principe veganistisch, maar wil af en toe nog wel eens een stukje vlees eten en soms andere dierlijke producten gebruiken. Hoe ziet dit eruit in de praktijk?

Ons eten thuis is dus in principe vegan. Maar qua verzorgingsproducten maken we wel onderscheid. Ik gebruik nu o.a. een vegan shampoo, tandpasta en zonnebrand, terwijl mijn man reguliere producten gebruikt. Ook koop ik geen producten meer met leer erin verwerkt, maar mijn man wel. Dat geeft helemaal niets, we gebruiken de producten waar we onszelf prettig bij voelen.

In restaurants is er ook verschil. Ik probeer vegan te eten, al is het nu ook nog vaak genoeg “alleen” vegetarisch. Mijn man bestelt wel een stukje vlees, gewoon, omdat hij dat lekker vindt. Voor mijn dochter kopen en bestellen we zoveel mogelijk vegan producten, omdat we haar toch die waarden willen meegeven. Dat papa hier iets flexibeler in staat dan mama, is iets van later zorg.

Ieder draagt zijn steentje bij

Onze verschillende instellingen hebben denk ik veel te maken met onze verschillende motieven. Mijn man schrok vooral van de milieu-impact die de vee-industrie heeft. Ik vond dat ook schokkend, maar kon daarnaast ook de dierlijke producten niet meer los zien van het dierenleed dat hiermee samenhangt en vond het gezondheidsaspect van veganisme fascinerend. Mijn man heeft hier minder mee. Het is in mijn ogen daarom ook begrijpelijk dat hij niet voor altijd zijn stukje vlees e.d. wil laten staan, en ik wel.

De eerste paar weken vond ik dit trouwens wel lastig hoor, dat mijn man het toch anders zag dan ik. Ik had wel heel stoer gezegd dat ik hem niets wilde opdringen, maar stiekem kon ik toch niet begrijpen dat hij af en toe nog vlees wilde eten. Nu is dat gelukkig al veranderd. Ik vind het niet erg meer als hij een vleesgerecht bestelt in een restaurant en daar dan van geniet. Hij draagt op zijn eigen manier zijn steentje bij aan een betere wereld en ik doe dat op mijn manier. Die manieren zijn niet hetzelfde, maar wel gelijkwaardig. In mijn blogje over groen perfectionisme omschrijf ik ook hoe ik hier af en toe mee worstel, maar uiteindelijk gaat het er toch om dat we allemaal onze eigen weg zoeken in het mooier maken van de wereld. Alle inspanningen en initiatieven moeten aangemoedigd en gewaardeerd worden.

Voor mij voelt het daarom niet als het spreekwoord “twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen”. Nee, voor mij voelt ons spreekwoordelijke bed als een palet aan groene schakeringen, waarin alle tinten in elkaar overlopen en elkaar aanvullen.

Heb jij ook in je nabije kring te maken met verschillende idealistische leefstijlen? Hoe ga jij daar mee om?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge